Basisinkomen

Waarom ik niet voor het basisinkomen ben

Het basisinkomen is in principe bijstand zonder voorwaarden. Je krijgt per maand een bedrag en daar moet je het mee doen. Er worden geen voorwaarden gesteld zoals dat nu wel het geval is bij de huidige participatiewet.

Ook maakt het niet uit hoeveel geld je al bezit. Een miljonair heeft dus evenveel recht op het basisinkomen als iemand die ternauwernood de eindjes maandelijks aan elkaar weet te knopen.

Het basisinkomen moet er o.a. voor gaan zorgen dat mensen zich minder opgejaagd voelen. Let wel, we hebben het hier dan over mensen die een uitkering genieten, want iemand die werkt zal niet worden “opgejaagd” door de gemeente om aan het werk te gaan.

Iemand die een basisinkomen krijgt, ontvangt daarnaast geen andere toeslagen meer. Huursubsidie, zorgtoeslag etc. komen te vervallen bij invoering van het basisinkomen. Tot zover in het kort. Meer aanvullende informatie is op het internet te vinden.

Experimenteren

Verschillende partijen willen graag een experiment met het basisinkomen. Ik ben daar geen voorstander van. Ik geloof niet dat het plan zal bijdragen aan de ontwikkeling van mensen, aan Nederland als land of als samenleving.

Zelfontplooiing

Het basisinkomen is dus onvoorwaardelijk. Dit in tegenstelling tot de huidige uitkeringen waarbij meestal de voorwaarde wordt gesteld dat de uitkeringsgerechtigde actief op zoek gaat naar een baan (eigen inkomen). Ik maak mij zorgen om het verdwijnen van de positieve prikkel die uitgaat van de voorwaarde om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan. Niet alleen omdat het mensen aanzet tot actie, maar ook omdat het mensen aanzet zichzelf te verbeteren. Tijdens de weg op zoek naar een baan komt men immers vooral zichzelf tegen. Wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik en wat heeft de maatschappij nodig. Het zijn essentiële vragen die goede antwoorden verdienen.

Soms moet er aanvullende actie worden genomen om de vragen beantwoord te zien. Soms zal men voor een probleem komen te staan dat ervoor zorgt dat het vinden van een baan moeilijker is dan gehoopt. Maar in alle gevallen moet de werkzoekende met zichzelf aan het werk. Ik ben van mening dat een basisinkomen voor (te)veel mensen reden zal zijn om niet met zichzelf aan de slag te gaan. De kans dat ze daardoor niet het beste uit zichzelf kunnen halen en hun kwaliteiten en mogelijkheden niet te volle kunnen/zullen benutten is voor mij een reden om niet achter het basisinkomen te gaan staan. Helaas moeten heel veel mensen nu eenmaal gemotiveerd worden om die extra stap te zetten.

De rol van de gemeente en overheid

Mensen die een basisinkomen krijgen hoeven dus niet verplicht te solliciteren, aan een participatietraject deel te nemen of zich om te laten scholen. Overheid en gemeenten trekken zich (wat meer) terug uit het persoonlijke leven van de mensen. Voor sommige mensen (die nu in de bijstand zitten) zal dat een prettige gedachte zijn. Voor anderen zal die terugtrekking wel eens heel anders kunnen uitpakken. Er dreigt gevaar voor vereenzaming en afgeslotenheid voor het individu. Daar wordt vaak veel te licht over gedacht.

Scheve gezichten

Het basisinkomen zal moeten worden betaald uit belastinggeld. Dat komt voor een deel binnen door inkomstenbelasting. Werkenden betalen voor het basisinkomen. Ook voor hen die ervoor kiezen om naast het basisinkomen geen andere betaalde arbeid te verrichten. Dat gebeurd nu natuurlijk ook, maar de werkenden hebben wel de zekerheid dat zij die een uitkering ontvangen gemotiveerd worden om weer voor zichzelf te gaan zorgen. Ook weten zij dat misbruik van de uitkering bestraft zal worden. Ik denk dat de belastingbetaler hiermee is gediend en dat het helpt om de solidariteit op peil te houden waarop het sociale Nederland zo sterk leunt. Een basisinkomen zet de solidariteit en daarmee ook de betaalbaarheid van de sociale staat onder druk. Nu kan onze samenleving wel een stootje hebben, maar er komt een punt waarop de rek eruit is. Bij systemen (als het sociale stelsel) die zo belangrijk zijn voor ons land moeten we geen risico nemen. Zeker niet als deze kunnen leiden voor een grotere kloof van onbegrip en materiële ongelijkheid  tussen werkenden en mensen met alleen een basisinkomen.

Arbeid

Het basisinkomen zal, zeker als het alleen in Nederland wordt ingevoerd een behoorlijke impact hebben op de arbeidsverhoudingen. Immers, iemand die al een basisinkomen ontvangt zal waarschijnlijk eerder akkoord gaan met een lager loon dan iemand die geen basisinkomen heeft (bijvoorbeeld iemand die geen Nederlander is maar wel hier werkt). Dat zorgt voor ongelijke verhoudingen. Zeker in een Europa waar de grenzen steeds meer verdwijnen en elke Europeaan in principe mag wonen en werken waar hij wil. Een basisinkomen voor één land lijkt dus moeilijk te realiseren zonder het risico op boze gezichten van de buren.

Voor mij zijn deze (maar ook andere) zaken reden om niet voor de invoering van een basisinkomen te zijn. Dat wil niet zeggen dat ik bepaalde voordelen niet zie. Maar die wegen voor mij vooralsnog niet op tegen de nadelen, waarvan ik er hier maar drie heb genoemd. De politieke ontwikkelingen in Leeuwarden rondom het basisinkomen en een eventueel experiment kan dan ook op mijn bijzondere aandacht rekenen.

In een tweet heb ik aangegeven dat ik het basisinkomen symptoombestrijding vind. Het is immers een reactie op een ontwikkeling in de maatschappij (kort door de bocht, teveel mensen – te weinig passend werk). Ik kom hier in een later stuk op terug.